Van ei tot bij

Aeitotbijfhankelijk van de omstandigheden en de tijd van het jaar legt de koningin dagelijks zo'n 300 tot 2.000 eitjes. De koningin kan als enige in het volk bevruchte eitjes leggen. Na 3 dagen komt uit het eitje een larfje. Het larfje verpopt na 6 dagen. Op dat moment wordt de cel gesloten en verpopt de larve zich in 12 dagen tot een werksterbij. De eerste 9 dagen (ei + larfje) spreken we van open broed. De laatste 12 dagen spreken we van gesloten broed. De totale ontwikkeling van ei tot werksterbij is dus 21 dagen. De bij knaagt daarna de celdeksel kapot en verlaat haar cel.

In de zomerperiode legt een koningin ook onbevruchte eitjes. Deze ontwikkelen zich in 24 dagen tot darren (mannelijke bijen). Voor de darren worden cellen gebouwd die iets groter zijn dan werkstercellen. Ook worden ze niet, zoals werkstercellen, vlak gesloten, maar met een bultje.

Vlak voor de zwermtijd worden enkele bevruchte eitjes in een extra grote cel gelegd en gedurende het larve stadium veel vaker gevoerd met speciaal hoogwaardig voer (koninginnegelei). Deze bevruchte eitjes groeien uit tot koninginnen. Het popstadium van een koningin duurt slechts 7 dagen, waardoor de totale ontwikkelingstijd van een koningin 16 dagen is.

Het hele broednest wordt door de bijen constant op een temperatuur van zo'n 35 graden gehouden.