Bestuiving door honingbijen

De honingbij is onmisbaar als bestuiver in de land- en tuinbouw en in de natuur. Ongeveer 70% van de belangrijkste cultuurgewassen is afhankelijk van bestuiving door insecten. Ook hommels worden ingezet als bestuiver, maar hommelvolkjes zijn klein en niet geschikt om massaal bloeiende gewassen zoals fruitbomen, zonnebloemen en zaadteelt te bestuiven.

Wat is bestuiving?
De meeste plantensoorten vermeerderen zich op geslachtelijke manier door middel van bloemen. In de bloem zitten een stamper (vrouwelijk deel) en meeldraden (mannelijk deel). De meeldraden produceren stuifmeel/pollen: de plantaardige zaadcellen. Het stuifmeel moet op de stamper terecht komen, zodat de zaadcellen samen kunnen smelten met de eicellen. Pas wanneer dit lukt kan een plant zaden en/of vruchten vormen.bloem

Er zijn planten die bestoven worden door de wind, bijvoorbeeld grassen. Windbestuivers hebben onopvallende bloemen, ze hoeven niet de aandacht van insecten te trekken. Veel gewassen zijn voor bestuiving afhankelijk van insecten. Om deze naar de bloemen te trekken, hebben de bloemen opvallende kleuren en geuren. Ook wordt nectar geproduceerd om insecten naar de bloemen te lokken. Bestuivende insecten hebben harige lichamen, waaraan tijdens een bezoek aan een bloem veel stuifmeel blijft zitten. Bij een volgende bloem komt het stuifmeel op de stamper en de bestuiving is gelukt.

Op deze manier komt het stuifmeel van de ene plant op de andere, zodat ook de genetische diversiteit blijft bestaan. Als elke plant zichzelf zou bestuiven gebeurt dit niet en ontstaat er inteelt, waardoor een soort steeds zwakker wordt.

Waarom is de honingbij onmisbaar? Er zijn toch meer insecten.
De honingbij is de enige bestuiver die in zeer grote kolonies leeft. Eén bijenvolk bestaat uit 30.000 tot 60.000 bijen, waarvan ongeveer de helft haalbij is. Eén bijenvolk kan op een dag miljoenen bloemen bestuiven. Bij massale bloei in een korte periode, zoals fruitbomen, zaadteelt, ect., kan een aantal bijenvolken per hectare het gewas volledig bestuiven.

De veel kleinere hommelvolkjes kunnen hier niet tegenop. Hommelvolkjes worden wel ingezet voor bestuiving van bijvoorbeeld tomaten in bestuiving fruitkassen. Deze gewassen bloeien niet massaal, maar gedurende maanden lang bloeit er elke dag wat. Toch zijn ook hier weer bijen nodig, want voor het telen van hommelvolkjes wordt stuifmeel gebruikt uit bijenvolken.

Honingbijen hebben, dankzij hun communicatie systeem, de eigenschap dat ze bloemvast zijn. Dat wil zeggen dat wanneer ze eenmaal een soort ondekt hebben, ze op deze bloemensoort blijven vliegen. Dus als ze vliegen op appelbloesem, blijven ze dit doen tot er geen bloemen meer zijn. Ze vliegen dus van appelboom naar appelboom en gaan niet tussendoor op een andere soort. Voor de bestuiving is dit natuurlijk ideaal. Hommels hebben deze eigenschap niet.

Bij bestuiving door bijen denken de meeste mensen aan gewassen als fruitbomen, aardbeien, zonnebloemen, ect., maar ook bij veel bladgewassen zoals prei en alle soorten kool zijn bijen nodig. Niet voor de productie van het eindproduct, maar wel bij de zaadteelt. Zaadtelers laten de gewassen in bloei schieten en gebruiken bijenvolken voor de bestuiving. Geen bestuiving, geen zaden!