Voorkomen van ziektes en plagen

Honingbijen hebben een goed ontwikkeld hygiënisch gedrag, waardoor ziekteverwekkers onder normale omstandigheden weinig kans krijgen. Ziektes en plagen kunnen dan ook worden voorkomen door te zorgen dat het volk sterk blijft. Kleine volkjes zijn veel gevoeliger voor ziektes en moeten daarom zoveel mogelijk verenigd worden met sterke volken. Toch is er één plaag die de bijen zelf onvoldoende onder controle kunnen houden: De Varroa mijt of Varroa destructor.varroa

Deze parasiet komt van oorsprong voor op de Aziatische honingbij en leeft daarmee in balans. Door toedoen van de mens is de mijt verspreid over alle soorten honingbijen. Onze honingbij leeft niet in balans met de Varroamijt en als er niets aan gedaan wordt, verzwakt een volk en wordt daarmee vatbaar voor vele ziektes en plagen.

De Varroamijt wordt door mij bestreden door aan het einde van de zomer, na de laatste honingoogst, gedurende 6 weken, plaatjes met thijmolie in de bijenkast te leggen. Dit is een biologische manier van bestrijden. De thijmolie verdampt door de warmte van het broednest en de mijten die op de bijen zitten gaan hierdoor dood. De mijt plant zich echter voort in het gesloten broed, waar de thymol dampen niet bij kunnen. Dat is de reden dat deze behandeling 6 weken wordt voortgezet.
Verder doe ik een winter behandeling in december: het moment waarop er geen gesloten broed in het volk is. De wintertros wordt bedruppeld met een mengsel van suikerwater en oxaalzuur, ook een biologisch middel. De bijen verspreiden dit door de hele wintertros. De mijten die nu allemaal op de bijen zitten gaan dood.

Op deze manier kan de mijten populatie redelijk onder controle worden gehouden en blijft het bijenvolk sterk en vitaal.